Harmen Otten
12 oktober 2026
Harmen Otten
12 oktober 2026
Met de publicatie van de definitieve Corporate Net-Zero Standard 2.0 heeft de Science Based Targets initiative (SBTi) eindelijk duidelijkheid gegeven over de rol van carbon credits binnen klimaatstrategieën van bedrijven. De afgelopen jaren was dit één van de meest besproken onderwerpen binnen de vrijwillige koolstofmarkt. Mogen carbon credits een rol spelen binnen een geloofwaardige net-zero strategie? En zo ja, welke rol precies?
De nieuwe standaard geeft een genuanceerd antwoord. Carbon credits tellen nog steeds niet mee voor het behalen van scope 1-, 2- of 3-doelstellingen. Tegelijkertijd erkent de SBTi nadrukkelijker dan voorheen dat bedrijven ook verantwoordelijkheid kunnen nemen voor emissies die zij vandaag nog niet kunnen vermijden.
Dat maakt versie 2.0 tot meer dan een technische update. Het is ook een verschuiving in de manier waarop klimaatverantwoordelijkheid wordt benaderd.
Laten we beginnen met wat niet is veranderd. De SBTi blijft vasthouden aan het principe dat bedrijven hun uitstoot binnen de eigen organisatie en waardeketen daadwerkelijk moeten reduceren. De voortgang op klimaatdoelstellingen wordt bepaald aan de hand van de fysieke uitstoot van een organisatie, niet op basis van aangekochte carbon credits.
Een bedrijf dat een ton CO2 uitstoot en een carbon credit aankoopt, mag die ton dus niet wegstrepen uit zijn scope 1-, 2- of 3-emissies. Voorstanders én critici van carbon credits zijn het hierover grotendeels eens: emissiereductie moet altijd de basis vormen van iedere geloofwaardige klimaatstrategie.
Soms wordt gedacht dat carbon credits onder de vorige SBTi-standaard volledig buiten beeld bleven. Dat is niet helemaal juist.
Ook onder de oorspronkelijke Corporate Net-Zero Standard speelde CO2-verwijdering een belangrijke rol. Bedrijven die net-zero wilden bereiken moesten uiteindelijk hun resterende emissies neutraliseren met carbon removals. De gedachte hierachter was dat sommige emissies waarschijnlijk niet volledig zijn uit te bannen, zelfs niet in een klimaatneutrale economie. Voor deze restuitstoot zijn verwijderingen uit de atmosfeer nodig.
De noodzaak van carbon removals is dus niet nieuw. Wat wel nieuw is, is de vraag die SBTi nu stelt: Waarom zouden organisaties wachten tot hun net-zero jaar voordat ze verantwoordelijkheid nemen voor de emissies die ze vandaag nog uitstoten?
De belangrijkste innovatie in versie 2.0 is het concept Ongoing Emissions Responsibility (OER). Daarmee erkent de SBTi dat bedrijven tijdens hun transitie naar net-zero nog jarenlang emissies zullen veroorzaken. Zelfs organisaties met ambitieuze reductiedoelstellingen hebben vaak nog een aanzienlijke uitstoot in de periode richting 2030, 2040 en uiteindelijk 2050.
Volgens de nieuwe standaard kunnen bedrijven ook voor deze lopende emissies verantwoordelijkheid nemen door te investeren in klimaatoplossingen buiten de eigen waardeketen. Dat kan via emissiereductieprojecten, natuurgebaseerde oplossingen of carbon removals.
Belangrijk daarbij is dat deze activiteiten nooit de plaats innemen van emissiereductie. De uitstoot blijft zichtbaar in de footprint en moet nog steeds worden teruggebracht. OER wordt afzonderlijk gerapporteerd en heeft geen invloed op de berekening van scope 1-, 2- of 3-emissies.
Vanaf 2027 kunnen bedrijven deelnemen aan het OER-programma van de SBTi. Deelname is vrijwillig, maar organisaties moeten wel openbaar maken of zij deelnemen of niet. Als bedrijven niet deelnemen, moeten zij dit toelichten; deze keuze wordt zichtbaar in het SBTi-dashboard. De standaard kent daarbij drie niveaus:
Engaged
Advanced
Leadership
Hoe hoger het niveau, hoe groter het deel van de uitstoot waarvoor een organisatie verantwoordelijkheid neemt via klimaatfinanciering of carbon credits. Opvallend is dat SBTi hiermee voor het eerst een formeel kader creëert voor bedrijven die verder willen gaan dan alleen het reduceren van hun eigen uitstoot.
De introductie van OER betekent bovendien niet dat alle carbon credits automatisch gelijkwaardig worden. Juist wanneer organisaties publiekelijk laten zien hoe zij verantwoordelijkheid nemen voor hun lopende emissies, neemt ook het belang van de kwaliteit van de onderliggende projecten toe. Criteria zoals additionaliteit, onafhankelijke verificatie en duurzame klimaatimpact worden daardoor steeds belangrijker.
De nieuwe standaard bevat nog een belangrijke verandering. Voor grotere bedrijven introduceert SBTi vanaf 2035 een verplichting om een oplopend deel van hun emissies af te dekken met carbon removals. De verplichting begint bij 1% van de uitstoot en groeit geleidelijk richting volledige dekking van de resterende emissies in het net-zero jaar. Daarnaast neemt ook het aandeel langdurige opslag geleidelijk toe.
Daarmee maakt de standaard duidelijk dat CO2-verwijdering niet langer uitsluitend een onderwerp is voor de verre toekomst. Organisaties zullen zich hier al veel eerder op moeten voorbereiden.
Waar de vorige standaard vooral keek naar de eindbestemming (net-zero), kijkt versie 2.0 nadrukkelijker naar de route ernaartoe. Wat ons betreft is dit misschien wel de meest interessante gedachte achter versie 2.0.
Het eindbeeld van de SBTi is namelijk niet wezenlijk veranderd. Ook onder de vorige standaard waren carbon removals noodzakelijk om resterende emissies te neutraliseren. De vraag was nooit óf deze oplossingen nodig zouden zijn, maar wanneer. SBTi lijkt nu expliciet te erkennen dat de ontwikkeling van klimaatoplossingen niet kan wachten tot 2050.
Carbon removals, maar ook veel andere klimaatoplossingen, vragen investeringen, ervaring, infrastructuur en marktontwikkeling. Als bedrijven pas beginnen met investeren wanneer zij hun net-zero jaar bereiken, bestaat het risico dat de benodigde capaciteit onvoldoende beschikbaar is.
Juist daarom vinden wij het positief dat de nieuwe standaard aandacht besteedt aan verantwoordelijkheid voor lopende emissies. Niet omdat compensatie een alternatief zou zijn voor emissiereductie, maar omdat het organisaties stimuleert om vandaag al bij te dragen aan de oplossingen die morgen nodig zijn.
CO2-compensatie is daarbij geen doel op zich. Het is een middel om klimaatoplossingen op te schalen en de transitie naar een klimaatneutrale economie te ondersteunen.
SBTi versie 2.0 verandert niets aan het fundamentele uitgangspunt dat emissiereductie voorop staat. Carbon credits mogen nog steeds niet worden gebruikt om scope 1-, 2- of 3-doelstellingen te behalen.
Tegelijkertijd erkent de standaard nadrukkelijker dat bedrijven ook verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de emissies die zij tijdens hun transitie blijven veroorzaken. Via Ongoing Emissions Responsibility krijgen carbon credits voor het eerst een expliciete en gestructureerde plaats binnen het SBTi-raamwerk tijdens de transitie naar net-zero.
De Corporate Net-Zero Standard 2.0 verandert de manier waarop naar carbon credits wordt gekeken. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over OER, carbon removals en de rol van carbon credits binnen klimaatstrategieën van bedrijven.
Wij helpen organisaties bij het selecteren van klimaatprojecten en carbon credits die aansluiten bij SBTi, klimaatdoelstellingen en langetermijnstrategie.
Harmen Otten
Co-Founder