Harmen Otten
26 oktober 2026
Harmen Otten
26 oktober 2026
Wie voor het eerst op zoek gaat naar carbon credits, komt vaak dezelfde vraag tegen. Waarom kost de ene carbon credit slechts enkele euro's per ton CO₂, terwijl voor andere projecten meer dan €250 per ton wordt betaald?
Dat prijsverschil lijkt op het eerste gezicht moeilijk te verklaren. Een carbon credit vertegenwoordigt immers altijd één ton CO₂-equivalent. Toch kunnen de prijzen op de vrijwillige carbonmarkt tientallen of zelfs honderden euro's uiteenlopen. Het antwoord ligt niet in de hoeveelheid CO₂, maar in de manier waarop de klimaatimpact wordt gerealiseerd, gemeten en geborgd.
Wie marktdata van de vrijwillige carbonmarkt bekijkt, ziet direct dat er niet zoiets bestaat als dé prijs van een carbon credit. Volgens marktonderzoeken van Ecosystem Marketplace lopen de prijzen van carbon credits sterk uiteen, afhankelijk van projecttype, geografische locatie en de waargenomen kwaliteit van de onderliggende klimaatimpact. Terwijl sommige grootschalige emissiereductieprojecten voor minder dan €10 per ton CO₂ worden verhandeld, kunnen hoogwaardige carbon removals honderden euro's per ton kosten.
Deze prijsverschillen zijn de afgelopen jaren zelfs verder toegenomen. Waar de markt vroeger grotendeels werd gedomineerd door volume en kostenreductie, kijken kopers tegenwoordig steeds vaker naar aspecten als additionaliteit, duurzaamheid van de klimaatimpact, onafhankelijke verificatie en langetermijnopslag van CO₂. Op basis van marktanalyses en prijsdata uit de vrijwillige carbonmarkt kunnen de volgende indicatieve prijsniveaus worden onderscheiden:
Type project | Indicatieve prijs |
Grootschalige emissiereductieprojecten | €2 - €10 |
Hoogwaardige reductie- en avoidance-projecten | €10 - €30 |
Europese carbon credits | €20 - €40 |
Biochar en andere removals | €100+ |
Direct Air Capture en mineralisatie | €200 - €850+ |
Deze prijsranges moeten niet worden gezien als vaste marktprijzen. Binnen iedere categorie bestaan aanzienlijke verschillen tussen projecten. Wel illustreren zij hoe breed het prijsspectrum binnen de vrijwillige carbonmarkt inmiddels is.
Om de huidige markt te begrijpen, is het belangrijk om naar de geschiedenis te kijken. De vrijwillige carbonmarkt werd jarenlang gedomineerd door grootschalige emissiereductieprojecten. Vooral projecten rond hernieuwbare energie leverden grote aantallen credits tegen relatief lage kosten. Tegelijkertijd ontstond er in sommige segmenten van de markt een aanzienlijk overschot aan credits. Dit drukte de prijzen verder omlaag. Daardoor ontstond het beeld dat een carbon credit altijd goedkoop zou moeten zijn. Dat beeld verandert inmiddels snel.
De afgelopen jaren zijn bedrijven kritischer gaan kijken naar de kwaliteit van carbon credits. Initiatieven zoals ICVCM, BeZero, Sylvera en de aangescherpte eisen van SBTi hebben ervoor gezorgd dat factoren zoals onderstaande steeds belangrijker worden:
additionaliteit;
onafhankelijke verificatie;
monitoring;
transparantie;
risico op terugdraaiing;
langdurige klimaatimpact.
Daardoor verschuift de markt steeds meer van een focus op volume naar een focus op kwaliteit. De vraag is niet langer alleen hoeveel ton CO₂ wordt geclaimd, maar ook hoe robuust die klimaatimpact is onderbouwd.
De grootste prijsverschillen ontstaan vaak tussen emissiereductieprojecten en carbon removals. Dat heeft een logische reden. Een project dat methaanlekkages vermindert of plastic recycleert, voorkomt dat emissies plaatsvinden. Een carbon removal-project moet daadwerkelijk CO₂ uit de atmosfeer halen én langdurig opslaan. Dat vraagt vaak om:
geavanceerde technologie;
uitgebreide monitoring;
strenge verificatie;
hogere ontwikkelkosten;
beperkte beschikbaarheid.
Daarom liggen de prijzen van removals vaak aanzienlijk hoger dan die van traditionele emissiereductieprojecten.
Ook geografische locatie speelt een belangrijke rol. Projecten in het mondiale zuiden profiteren vaak van lagere arbeidskosten en lagere operationele kosten. Daardoor kunnen daar relatief goedkope carbon credits worden gerealiseerd.Nederlandse en Europese projecten hebben daarentegen te maken met:
hogere arbeidskosten;
strengere regelgeving;
hogere ontwikkelkosten;
kleinere projectvolumes.
Tegelijkertijd zien veel organisaties voordelen in lokale projecten. Zij waarderen bijvoorbeeld:
zichtbare impact;
betrokkenheid van medewerkers;
transparantie;
aansluiting bij lokale duurzaamheidsdoelen.
Nederlandse carbon credits concurreren daarom vaak niet op prijs, maar op lokale relevantie en zichtbaarheid.
De verwachting is dat de prijsverschillen binnen de vrijwillige carbonmarkt de komende jaren verder zullen oplopen.
Enerzijds blijft er een groot aanbod bestaan van traditionele emissiereductieprojecten. Anderzijds groeit de vraag naar hoogwaardige carbon removals sterk, onder meer door ontwikkelingen zoals SBTi 2.0 en de toenemende aandacht voor permanente CO₂-verwijdering.
Tegelijkertijd is het aanbod van removals nog beperkt. Nieuwe technieken zoals biochar, mineralisatie en Direct Air Capture bevinden zich nog in een relatief vroege fase van marktontwikkeling. Hierdoor ontstaat een situatie waarin verschillende segmenten van de carbonmarkt zich steeds verder van elkaar ontwikkelen.
Waar sommige credits mogelijk rond enkele euro's per ton beschikbaar blijven, kunnen hoogwaardige removals nog jarenlang aanzienlijk hogere prijzen houden.
Wanneer organisaties carbon credits vergelijken, ligt het voor de hand om naar de prijs per ton CO₂ te kijken. Toch vertelt die prijs slechts een deel van het verhaal. Een belangrijkere vraag is: Welke klimaatimpact wil een organisatie realiseren?
Een goedkope credit kan prima aansluiten bij de doelstellingen van een organisatie. Tegelijkertijd kunnen lage prijzen soms samenhangen met onzekerheden rondom de daadwerkelijke klimaatimpact van een project. De afgelopen jaren is binnen de vrijwillige carbonmarkt veel discussie ontstaan over onderwerpen zoals additionaliteit, monitoring, permanentie en de vraag of emissiereducties daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
Juist daarom kijken steeds meer kopers niet alleen naar de prijs, maar ook naar de kwaliteit en integriteit van een project. Factoren zoals onafhankelijke verificatie, transparantie, robuuste monitoring en de mate waarin klimaatimpact daadwerkelijk wordt aangetoond, spelen daarbij een belangrijke rol.
Daarnaast kunnen duurdere projecten extra waarde bieden in de vorm van langere opslagduur, meer zekerheid over de gerealiseerde emissiereductie of -verwijdering, en aanvullende sociale of ecologische voordelen.
Uiteindelijk draait de keuze voor carbon credits niet om het inkopen van de goedkoopste ton CO₂, maar om de vraag welke bijdrage een organisatie wil leveren aan het klimaat. Wie daadwerkelijk impact wil realiseren, zal daarom verder moeten kijken dan alleen de prijs per credit.
Hoewel lage prijzen soms kunnen wijzen op onzekerheden rondom de kwaliteit of integriteit van een project, zegt de prijs op zichzelf niet alles. Er bestaan ook budgetvriendelijke carbon credits die voldoen aan hoge kwaliteitseisen en een aantoonbare klimaatimpact realiseren.
De prijs van een carbon credit wordt namelijk niet alleen bepaald door kwaliteit, maar ook door factoren zoals projectlocatie, schaalgrootte en marktomstandigheden. Grootschalige projecten kunnen profiteren van schaalvoordelen, terwijl projecten in bepaalde regio's lagere ontwikkel- en operationele kosten kennen. Hierdoor kunnen kwalitatief sterke credits soms tegen relatief aantrekkelijke prijzen worden aangeboden.
Voor kopers is het daarom belangrijk om niet uitsluitend naar de prijs te kijken, maar ook naar de onderliggende kwaliteit. Steeds meer organisaties beoordelen projecten op criteria zoals additionaliteit, onafhankelijke verificatie en externe kwaliteitsbeoordelingen. Voorbeelden hiervan zijn het CCP-label van het Integrity Council for the Voluntary Carbon Market (ICVCM) en onafhankelijke ratings van partijen zoals BeZero en Sylvera.
Vanuit ORCA zien wij in de praktijk dat zowel budgetvriendelijke als premium carbon credits kunnen voldoen aan hoge kwaliteitsstandaarden. Ook binnen lagere prijssegmenten zijn projecten beschikbaar die bijvoorbeeld beschikken over een CCP-label of sterke onafhankelijke ratings van partijen zoals BeZero en Sylvera.
De uitdaging ligt niet zozeer in het vinden van de goedkoopste credit, maar in het samenstellen van een portfolio dat aansluit bij de doelstellingen en het beschikbare budget van een organisatie.
Daarom kiezen veel bedrijven voor een gespreide aanpak. Bijvoorbeeld door hoogwaardige permanente carbon removals te combineren met zorgvuldig geselecteerde emissiereductie- of avoidance-projecten. Op die manier kan een organisatie bijdragen aan verschillende klimaatoplossingen zonder dat de kosten volledig worden gedreven door de duurste projectcategorieën.
Uiteindelijk is de vraag niet waarom een carbon credit €5 of €250 kost. De belangrijkste vraag is welke klimaatimpact een organisatie wil realiseren en hoe zeker zij wil zijn dat die impact daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Prijs is daarbij een belangrijke factor, maar zelden de enige.
We helpen organisaties bij het selecteren van carbon credits die passen bij hun klimaatdoelstellingen, risicoprofiel en budget.
Harmen Otten
Co-Founder